The Walk of Fame

Al mijn sterallures en verzoeken tot herkenning alhier ten spijt; we werden het nog nooit. Zelfs geen flauwe vlaag van herkenning, of steelse ‘zou-ze-het-echt-zijn-blik’ over de schouder viel mij ooit ten deel. Met uitzondering dan van Leonieke en Mariska van mijn plaatselijke Pets Place, die plichtmatig getrouw netjes hun bewondering uitspreken en om een handtekening van hun buurtster vragen. Maar dat heet klantenbinding. En bovendien vermoed ik dat Meneer Geer dat heeft geregeld.
 
Neen. Mijn openbare bekendheid heeft zich nimmer verder ontvouwen dan een foto in de Hema-folder waarop ik op een jongetje leek en een genant item bij Kassa waarin ik mokkend aan mijn keukentafel verslag deed van het debacle dat Orange Internet heet. Mijn bloedeigen collega’s herkennen mij nog niet wanneer ik mijn stukjes op het prikbord hang met mijn naam omcirceld en een dikke rode pijl erboven.Maar Sophie keerde het tij. Waar Teckel Ted toch echt vele malen harder poogde om door het uithalen van allerhande rottigheid als beroemdheid in de annalen te worden bijgeschreven, was het haar uiterst kreukloze zuster die opviel. Gewoon in het voorbijgaan. En niet één keer, nee, een heleboel keer. Ervaring leerde dat wij beter rond het middaguur kunnen gaan wandelen in plaats van in de gebruikelijke namiddag. Dan komen we namelijk hordes bewonderaarsters tegen.

“Ach, is dat nou Sophie? Wat leuk? Dé Sophie van het Amsterdamse Bos?!”

“Jahaaa, dit is haar nou. Dé Sophie van het Amsterdamse Bos. Wat leuk dat u haar her…”

“…wat ziet ze er goed uit zeg, voor haar leeftijd! Jeetje!”

Dat Sophie slechts 4 is en er derhalve nog best goed uit mág zien voor haar leeftijd liet ik maar onbehandeld…

“Ja, goede voeding hè?! Veel lekker wandelen. En altijd gekke fratsen natuurlijk hè, mijn Sophietje…”

En zo kwamen we nog minstens 4 andere vertederde hondenmoeders tegen die het zo leuk vonden om dé Sophie van het Amsterdamse Bos nu eens mét haar eigen baasje tegen te komen (ik kon me niet voorstellen dat ze haar ooit zonder haar eigen baasje waren tegengekomen, ofschoon ik natuurlijk begreep dat ze het ook een eer vonden om mijzelf te ontmoeten, maar zo’n klein detail laat je je moment of glory natuurlijk niet verprutsen).

De mevrouw van de hondenuitlaatservice vond het ook heel leuk om “haar Sophietje nu eens in het wild tegen te komen. In zo’n groep is toch altijd anders hè?! Maar ze doet het prima hoor!”

Langzaam begon het te dagen. Toen we een dame met een stokoude, meesjokkende Basset kruisten die de half gesmolten hond toeriep “loop eens dohooooor Sophiehiiiieee” trok de mist van de roem voorgoed weg. Doet u vooral geen moeite om ons te herkennen. We zijn toch niet wie u denkt dat we zijn.

 
 
Deze column verscheen eerder in het tijdschrift Hondenleven.
 
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s