Moezelmonsters

Na een ontmoeting met een Nepalese Neushoorn is het nooit meer goed gekomen tussen mij en de fauna, naar ik vrees. Sterker nog, eenmaal buiten de gebaande paden van de Grote Stad en al helemáál in een buitenland alwaar je 112 kunt bellen tot je een ons weegt zonder dat er iemand komt, waan ik mij algauw in de rimboe van diep, donker Afrika. Waar dikke spinnen op de loer liggen om je te bespringen en vervolgens onderhuids van 40.000 babyspinnetjes te bevallen (dat kan, zo moet u weten), of waar tijgers, olifanten en anderszins Grote Gevaarlijke beesten je stilletjes volgen om je, net toen je dacht veilig een pakje appelsap te drinken, van achteren te bespringen. Doodeng, die natuur.

Nu weet ik ook heus wel dat er langs de Moezel geen neushoorns, luipaarden of springende spinnen huizen. Anders zou het daar immers niet zo vol met tevreden bejaarden zitten, maar toch… Waar wij liepen was geen enkele Moezelbejaarde te bekennen en wel heel veel bos. Met ritseltjes.

Goed, Paaltjeswandeling nummer 9 was vast niet zo lang blijven bestaan als per wandeling tenminste één wandelaar niet weer was teruggekeerd, maar je zou toch maar net de eerste zijn die jammerlijk aan zijn einde komt, ten prooi gevallen aan Duits Wild. En zo was ik er plots stellig van overtuigd dat de moeder van de Schweinekoteletten die de dag daarvoor nog zo goed hadden gesmaakt wraak zou nemen. Natuurlijk niet op mij, nee, op de honden. Complete Steven Spielbergdrama’s waarin vadsige moederzwijnen briesend uit de bosjes kwamen gestampt om mijn dames aan de slagtand te rijgen en waar ik mezelf dramatisch hoorde roepen “Ren meiden! Ren! Ren en red jezelf!” trokken aan mijn geestesoog voorbij. We zouden sterven, daar aan de Moezel, dat was zeker.

Terwijl vriendlief onbevreesd met een vrolijk hupsende Teckel al boterhametend en keuvelend door het woud paradeerde, terwijl hij monter aanwees dat “ja inderdaad! die stukken zijn omgewoeld door zwijnen!”, slopen Sophie en ik bewapend met een dikke steen, een grote stok, een aansteker, een meegenomen stukje toiletpapier (dat zou vast afschrikken, brandend toiletpapier), een appel (omkoping) en het Duitse Notnummer voorgeprogrammeerd in de mobiel (die geen bereik had) in de tijgerhouding door het Moezelige Moeras. Met klotsende oksels en een hartslag als een up-tempo housenummer.

Het eerste zwijn dat ik ontwaarde bleek bij nadere inspectie een kraai. Het tweede het weggeworpen klokhuis van de appel van vriendlief. Toen we na 20 kilometer uitgeput (zo’n steen, stok, mobiel, aansteker, appel en een stuk toiletpapier zijn best zwaar) in de veilige Bierstube belandden prees ik ons gelukkig dat we deze barre tocht hadden overleefd.

En toen…kroop er een teek over mijn arm. Wildlife? Levensgevaarlijk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s