Jargon

Je hebt van die mensen die aan zichzelf refereren als ‘mama’ tegen hun hond. “Gaat mama jou zo lekker uitlaten?” en “komt papa dan vanmiddag thuis om lekker met jou te ballen?”. Dat soort mensen moet je mijden als de pest. Het zijn dezelfde mensen die altijd véél te dikke honden achter zich aantrekken ‘want als mama een koekje eet krijgt Misty er ook eentje’ en die totaal niet gehinderd door enige hondenkennis hun hitsige wit wollen reutje ongegeneerd op jouw humeurige teef laten rijden want ‘ach kijk, hij is verlíefd’. Nee, antropomorfische papa-en-mamaidioten, je moet er met een boogje omheen lopen. Dat doe je maar als je kinderen hebt.

En die had ik ineens.

Nu is Sophie niet bijster geïnteresseerd in dingen die zich niet bezighouden met Eten, Slapen of Wandelen, dus die hele nieuwe huisgenoot kon haar aanvankelijk vierkant gestolen worden. Snuffelen? Likken? Met de baby op de bank zitten voor schattige foto’s? Je doet je goddelijke best maar, aldus Sophie, maar zelf blijft ze liever in haar mand liggen. Zolang er geen worstjes uitkomen zijn baby’s maar saaie voorwerpen.

Tot de baby ineens niet meer het zicht van een mol had en ging kijken. En, jawel, ging lachen. Had ik mij nog zo voorgenomen om mijn kind louter toe te zingen met delen uit de Mattheus Passion en voor te lezen uit Kant en Hegel, hormonen doen rare dingen met de mens: binnen een paar weken eindig je als een volslagen babydebiel. En toen begon het op te vallen…

Bij “gaat mama jou zo een schone luier geven koediepoedie”keek de beste Arie zijn moeder met even grote, loenzende ogen aan als wanneer ze zou zeggen “drinkt de bakker graag cola koediepoedie?”. Maar Sophie? Dólenthousiast.

Bij “zal mama zo even met jou in de wagen gaan rijden froekiepoekiedoedie?” keek Arie vragend in de rondte. Maar Sophie? Die steeg bijkans op van vreugde.

Het is zo klaar als een klontje. Ik ben er ook zo een. Mijn complete babyjargon heb ik ongemerkt al zes jaar kwistig over de Hond uitgestrooid, die nu bij iedere zin die begint met “zal mama“, “gaat mama“, “wil mama” of “doet mama” als een blije idioot verwachtingsvol uit haar mand springt. Daar komt nog bij dat babyzinnen vrijwel altijd de Favoriete Woorden als ‘eten’, ‘hapje doen’, ‘honger hebben’, ‘poepen’, ‘plasje’ en ‘wandelen’ bevatten en in de vragende vorm worden gesteld. We lijden hier dus sinds een aantal maanden aan een totale jargonverwarring, ik en Sophie. Ik vrees dat het toch Kant en Hegel moet worden voor Arie.

Deze column verscheen eerder in het tijdschrift Hondenleven.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s